\(\newcommand{\footnotename}{footnote}\) \(\def \LWRfootnote {1}\) \(\newcommand {\footnote }[2][\LWRfootnote ]{{}^{\mathrm {#1}}}\) \(\newcommand {\footnotemark }[1][\LWRfootnote ]{{}^{\mathrm {#1}}}\) \(\let \LWRorighspace \hspace \) \(\renewcommand {\hspace }{\ifstar \LWRorighspace \LWRorighspace }\) \(\newcommand {\mathnormal }[1]{{#1}}\) \(\newcommand \ensuremath [1]{#1}\) \(\newcommand {\LWRframebox }[2][]{\fbox {#2}} \newcommand {\framebox }[1][]{\LWRframebox } \) \(\newcommand {\setlength }[2]{}\) \(\newcommand {\addtolength }[2]{}\) \(\newcommand {\setcounter }[2]{}\) \(\newcommand {\addtocounter }[2]{}\) \(\newcommand {\arabic }[1]{}\) \(\newcommand {\number }[1]{}\) \(\newcommand {\noalign }[1]{\text {#1}\notag \\}\) \(\newcommand {\cline }[1]{}\) \(\newcommand {\directlua }[1]{\text {(directlua)}}\) \(\newcommand {\luatexdirectlua }[1]{\text {(directlua)}}\) \(\newcommand {\protect }{}\) \(\def \LWRabsorbnumber #1 {}\) \(\def \LWRabsorbquotenumber "#1 {}\) \(\newcommand {\LWRabsorboption }[1][]{}\) \(\newcommand {\LWRabsorbtwooptions }[1][]{\LWRabsorboption }\) \(\def \mathchar {\ifnextchar "\LWRabsorbquotenumber \LWRabsorbnumber }\) \(\def \mathcode #1={\mathchar }\) \(\let \delcode \mathcode \) \(\let \delimiter \mathchar \) \(\def \oe {\unicode {x0153}}\) \(\def \OE {\unicode {x0152}}\) \(\def \ae {\unicode {x00E6}}\) \(\def \AE {\unicode {x00C6}}\) \(\def \aa {\unicode {x00E5}}\) \(\def \AA {\unicode {x00C5}}\) \(\def \o {\unicode {x00F8}}\) \(\def \O {\unicode {x00D8}}\) \(\def \l {\unicode {x0142}}\) \(\def \L {\unicode {x0141}}\) \(\def \ss {\unicode {x00DF}}\) \(\def \SS {\unicode {x1E9E}}\) \(\def \dag {\unicode {x2020}}\) \(\def \ddag {\unicode {x2021}}\) \(\def \P {\unicode {x00B6}}\) \(\def \copyright {\unicode {x00A9}}\) \(\def \pounds {\unicode {x00A3}}\) \(\let \LWRref \ref \) \(\renewcommand {\ref }{\ifstar \LWRref \LWRref }\) \( \newcommand {\multicolumn }[3]{#3}\) \(\require {textcomp}\) \(\newcommand {\intertext }[1]{\text {#1}\notag \\}\) \(\let \Hat \hat \) \(\let \Check \check \) \(\let \Tilde \tilde \) \(\let \Acute \acute \) \(\let \Grave \grave \) \(\let \Dot \dot \) \(\let \Ddot \ddot \) \(\let \Breve \breve \) \(\let \Bar \bar \) \(\let \Vec \vec \) \(\newcommand {\adeg }[1]{#1^\circ }\)

Hoofdstuk 4 Meetkunde

4.1 Vlakke meetkunde

4.1.1 Punten

Afstand twee punten

\[P(x_1,y_1) \wedge Q(x_2,y_2)\]

\[\Rightarrow d(P,Q) = |PQ| = \sqrt {(x_2-x_1)^2+(y_2-y_1)^2}\]

Punten

4.1.2 Rechten

Midden lijnstuk

\[P(x_1,y_1) \wedge Q(x_2,y_2) \wedge M=\text {midden}_{[PQ]}\]

\[\Rightarrow co(M)=\left (\dfrac {x_1+x_2}{2},\dfrac {y_1+y_2}{2}\right )\]

Rechten

Vergelijking rechte

  • • Vergelijking van een rechte door punt \(P(x_1,y_1)\) met rico \(m\):

    \[y - y_1 = m(x - x_1)\]

    of

    \[\begin {vmatrix}x & y & 1 \\ x_1 & y_1 & 1 \\ 1 & m & 0\end {vmatrix} = 0\]

    Rechten
  • • Vergelijking van een rechte door punten \(P(x_1,y_1)\) en \(Q(x_2,y_2)\):

    \[y - y_1 = \dfrac {y_2-y_1}{x_2-x_1}(x - x_1)\]

    of

    \[\begin {vmatrix}x & y & 1 \\ x_1 & y_1 & 1 \\ x_2 & y_2 & 1\end {vmatrix} = 0\]

    Rechten

Onderlinge ligging twee rechten

Als

\[a \leftrightarrow y = m_1 x + q_1 \wedge b \leftrightarrow y = m_2 x + q_2\]

  • • dan wordt de hoek tussen \(a\) en \(b\) bepaald door \(\cos (\widehat {a,b}) = \dfrac {|1+m_1m_2|}{\sqrt {1+m_1^2}\sqrt {1+m_2^2}}\)

  • • dan is \(a \parallel b\) als \(m_1=m_2\)

  • • dan is \(a \perp b\) als \(m_1m_2=-1\)

Rechten

Afstand punt tot rechte

\[P(x_1,y_1) \wedge a \leftrightarrow ux+vy+w=0\]

\[\Rightarrow d(P,a) = \dfrac {|ux_1+vy_1+w|}{\sqrt {u^2+v^2}}\]

Rechten

4.1.3 Driehoeken

Zwaartepunt driehoek

\[P(x_1,y_1) \wedge Q(x_2,y_2) \wedge R(x_3,y_3)\]

\[\Rightarrow co(Z)=\left (\dfrac {x_1+x_2+x_3}{3},\dfrac {y_1+y_2+y_3}{3}\right )\]

met \(Z=\text {zwaartepunt}_{\Delta PQR}\)

4.1.4 Cirkels

Definitie

Cirkel met middelpunt \(M\) en straal \(r\):

\[\mathcal {C}(M,r) = \{P \in \pi \;|\; d(P,M) = r\}\]

Vergelijking van de cirkel

\[P(x,y) \in \mathcal {C}(M(a,b),r)\]

\[\Leftrightarrow (x-a)^2 + (y-b)^2 = r^2\]

4.2 Vlakke figuren

4.2.1 Begrippen

Oppervlakte: Hoeveelheid ruimte die de figuur inneemt.

Omtrek: Totale lengte van de rand van de figuur.

4.2.2 Figuren

Vierkant
Figuren
  • • Figuur met vier gelijke zijden en vier rechte hoeken (\(\adeg {90}\)).

  • • \(z\) = zijde

  • • Oppervlakte:

    \[A = z^2\]

  • • Omtrek:

    \[O = 4z\]

Rechthoek
Figuren
  • • Figuur met twee paar gelijke zijden en vier rechte hoeken (\(\adeg {90}\)).

  • • \(l\) = lengte

  • • \(b\) = breedte

  • • Oppervlakte:

    \[A = l \cdot b\]

  • • Omtrek:

    \[O = 2l + 2b\]

Driehoek
Figuren
  • • Figuur met drie zijden en drie hoeken.

  • • \(b\) = basis

  • • \(h\) = hoogte

  • • Oppervlakte:

    \[A = \frac {1}{2} b \cdot h\]

  • • Omtrek:

    \[O = a + b + c\]

    (waarbij \(a\), \(b\), en \(c\) de lengtes van de zijden zijn)

Cirkel
Figuren
  • • Figuur waarbij alle punten op de rand op gelijke afstand van het middelpunt liggen.

  • • \(r\) = straal

  • • \(d\) = diameter

  • • \(O\) = middelpunt

  • • Oppervlakte:

    \[A = \pi r^2\]

  • • Omtrek:

    \[O = 2\pi r\]

    of

    \[O = \pi d\]

Parallellogram
Figuren
  • • Figuur met twee paar evenwijdige zijden.

  • • \(b\) = basis

  • • \(h\) = hoogte

  • • Oppervlakte:

    \[A = b \cdot h\]

  • • Omtrek:

    \[O = 2a + 2b\]

    (waarbij \(a\) en \(b\) de lengtes van de zijden zijn)

Ruit
Figuren
  • • Figuur met vier gelijke zijden en tegenoverliggende hoeken die gelijk zijn.

  • • \(d_1\) = lange diagonaal

  • • \(d_2\) = korte diagonaal

  • • Oppervlakte:

    \[A = \frac {1}{2} d_1 \cdot d_2\]

  • • Omtrek:

    \[O = 4z\]

    (waarbij \(z\) de lengte van de zijde is)

Trapezium
Figuren
  • • Figuur met één paar evenwijdige zijden.

  • • \(a\) en \(b\) = lengtes van de evenwijdige zijden

  • • \(h\) = hoogte (afstand tussen de evenwijdige zijden)

  • • Oppervlakte:

    \[A = \frac {1}{2} (a + b) \cdot h\]

  • • Omtrek:

    \[O = a + b + c + d\]

    (waarbij \(c\) en \(d\) de lengtes van de niet-evenwijdige zijden zijn)

Ellips
  • • Figuur waarbij de som van de afstanden van elk punt op de rand tot twee vaste punten (brandpunten) constant is.

  • • \(a\) = halve lange as (grote straal)

  • • \(b\) = halve korte as (kleine straal)

  • • Oppervlakte:

    \[A = \pi \cdot a \cdot b\]

  • • Omtrek:

    \[O \approx \pi [3(a + b) - \sqrt {(3a + b)(a + 3b)}]\]

    (benadering)

Vlieger
  • • Figuur met twee paar aangrenzende zijden die gelijk zijn.

  • • \(d_1\) = lange diagonaal

  • • \(d_2\) = korte diagonaal

  • • Oppervlakte:

    \[A = \frac {1}{2} d_1 \cdot d_2\]

  • • Omtrek:

    \[O = 2a + 2b\]

    (waarbij \(a\) en \(b\) de lengtes van de aangrenzende zijden zijn)

Regelmatige Veelhoek
  • • Figuur met gelijke zijden en hoeken.

  • • \(n\) = aantal zijden

  • • \(s\) = lengte van een zijde

  • • \(r\) = apothema (afstand van het middelpunt tot het midden van een zijde)

  • • Oppervlakte:

    \[A = \frac {1}{2} n \cdot s \cdot r\]

  • • Omtrek:

    \[O = n \cdot s\]

4.3 Synthetische ruimtemeetkunde

4.3.1 Axioma’s

Grondbegrippen

\[ \begin {array}{c|c|c} \bf symb & \bf naam & \bf elementen \\ \hline \Sigma & \text {ruimte: verz punten} & A,B,C,... \\ \mathcal {R} & \text {verz rechten in } \Sigma & a, b, c, ... \\ \mathcal {P} & \text {verz vlakken in } \Sigma & \alpha , \beta , \gamma , ... \end {array} \]

Axioma’s

  • • De ruimte is een oneindige verzameling van punten.

  • • Een rechte is een oneindige niet-lege deelverzameling van de ruimte.

  • • Een vlak is een oneindige niet-lege deelverzameling van de ruimte.

  • • In elk vlak van de ruimte gelden de axioma’s en stellingen van de vlakke meetkunde.

  • • Door drie niet-collineaire punten A, B en C gaat er precies één vlak.

  • • Als twee verschillende punten van een rechte tot een vlak behoren, dan ligt deze rechte in het vlak.

Gevolgen

  • • Door twee verschillende punten gaat tenminste één vlak.

  • • Twee verschillende punten bepalen precies één rechte.

  • • Door een rechte gaan oneindig veel vlakken.

4.3.2 Onderlinge ligging

Twee vlakken \(\alpha \) en \(\beta \)

  • • Samenvallend: \(\alpha \cap \beta = \alpha = \beta \)

  • • Strikt evenwijdig: \(\alpha \cap \beta = \emptyset \)

  • • Snijdend: \(\alpha \cap \beta = \mathbf {snijlijn}\; s\)

Opmerking: evenwijdig = samenvallend of strikt evenwijdig

Rechte \(a\) en vlak \(\alpha \)

  • • In: \(a \parallel \alpha \wedge a \cap \alpha = a \Leftrightarrow a \subset \alpha \)

  • • Strikt evenwijdig: \(a \parallel \alpha \wedge a \cap \alpha = \emptyset \)

  • • Snijdend: \(a \cap \alpha = \mathbf {snijpunt}\; \{S\}\)

Opmerking: evenwijdig = in of strikt evenwijdig

Twee rechten \(a\) en \(b\)

  • • Samenvallend: \(a \cap b = a = b\)

  • • Snijdend: \(a \cap b = \mathbf {snijpunt}\; \{S\}\)

  • • Strikt evenwijdig: \(a \cap b = \emptyset \wedge a \parallel b\)

  • • Kruisend: \(a \cap b = \emptyset \wedge a \nparallel b\)

Opmerking: evenwijdig = samenvallend of strikt evenwijdig

4.4 Analytische ruimtemeetkunde

4.4.1 Vergelijkingen rechte

Rechte door een punt met een richtingsvector
Vergelijkingen rechte

\begin{align*} \text {rechte } t &\leftrightarrow \text {door } P_1(x_1,y_1,z_1) \text { met rivec } \vec {R}(a,b,c)\\ &\leftrightarrow \vec {P} = \vec {P_1} + k \cdot \vec {R}\\ &\leftrightarrow \begin{cases} x = x_1 + k \cdot a\\ y = y_1 + k \cdot b\\ z = z_1 + k \cdot c\end {cases} \qquad (k\in \mathbb {R})\\ &\leftrightarrow \begin{pmatrix}x\\y\\z\end {pmatrix} = \begin{pmatrix}x_1\\y_1\\z_1\end {pmatrix} + k \cdot \begin{pmatrix}a\\b\\c\end {pmatrix} \qquad (k\in \mathbb {R})\\ &\leftrightarrow \dfrac {x-x_1}{a}=\dfrac {y-y_1}{b}=\dfrac {z-z_1}{c} \qquad (a,b,c \in \mathbb {R}_0) \end{align*}

Rechte door twee punten
Vergelijkingen rechte

\begin{align*} \text {rechte } t &\leftrightarrow \text {door } P_1(x_1,y_1,z_1) \text { en } P_2(x_2, y_2, z_2)\\ &\leftrightarrow \vec {P} = \vec {P_1} + k \cdot (\vec {P_2} - \vec {P_1}) \qquad (k\in \mathbb {R})\\ &\leftrightarrow \begin{cases} x = x_1 + k \cdot (x_2 - x_1)\\ y = y_1 + k \cdot (y_2 - y_1)\\ z = z_1 + k \cdot (z_2 - z_1)\end {cases} \qquad (k\in \mathbb {R})\\ &\leftrightarrow \begin{pmatrix}x\\y\\z\end {pmatrix} = \begin{pmatrix}x_1\\y_1\\z_1\end {pmatrix} + k \cdot \begin{pmatrix}x_2 - x_1\\y_2 - y_1\\z_2 - z_1\end {pmatrix} \qquad (k\in \mathbb {R})\\ &\leftrightarrow \dfrac {x-x_1}{x_2-x_1}=\dfrac {y-y_1}{y_2-y_1}=\dfrac {z-z_1}{z_2-z_1} \qquad (x_2 \neq x_1, y_2 \neq y_1, z_2 \neq z_1) \end{align*}

Bijzondere rechten
Vergelijkingen rechte

\begin{align*} x\text {-as} &\leftrightarrow y = z = 0\\ y\text {-as} &\leftrightarrow x = z = 0\\ z\text {-as} &\leftrightarrow x = y = 0 \end{align*}

4.4.2 Vergelijkingen vlak

Vlak door punt met twee richtingsvectoren
Vergelijkingen vlak

\begin{align*} \text {vlak } \alpha &\leftrightarrow \text {door } P_1(x_1, y_1, z_1) \text { met rivecs } \vec {R_1}(a_1, b_1, c_1) \text { en } \vec {R_2}(a_2, b_2, c_2) \\ &\leftrightarrow \vec {P} = \vec {P_1} + k \cdot \vec {R_1} + l \cdot \vec {R_2} \qquad (k,l\in \mathbb {R}) \\ &\leftrightarrow \begin{cases} x = x_1 + k \cdot a_1 + l \cdot a_2\\ y = y_1 + k \cdot b_1 + l \cdot b_2\\ z = z_1 + k \cdot c_1 + l \cdot c_2\end {cases} \qquad (k,l\in \mathbb {R}) \\ &\leftrightarrow \begin{pmatrix}x\\y\\z\end {pmatrix} = \begin{pmatrix}x_1\\y_1\\z_1\end {pmatrix} + k \cdot \begin{pmatrix}a_1\\b_1\\c_1\end {pmatrix} + l \cdot \begin{pmatrix}a_2\\b_2\\c_2\end {pmatrix} \qquad (k,l\in \mathbb {R}) \\ &\leftrightarrow \begin{vmatrix}x-x_1 & a_1 & a_2 \\y-y_1 & b_1 & b_2 \\z-z_1 & c_1 & c_2\end {vmatrix} = 0\\ &\leftrightarrow \begin{vmatrix}x & y & z & 1 \\x_1 & y_1 & z_1 & 1 \\a_1 & b_1 & c_1 & 0 \\a_2 & b_2 & c_2 & 0\end {vmatrix}= 0 \end{align*}

Vlak door drie punten
Vergelijkingen vlak

\begin{align*} \text {vlak } \alpha &\leftrightarrow \text {door } P_1(x_1, y_1, z_1)\text {, } P_2(x_2, y_2, z_2) \text { en } P_3(x_3, y_3, z_3)\\ &\leftrightarrow \vec {P} = \vec {P_1} + k \cdot (\vec {P_2} - \vec {P_1}) + l \cdot (\vec {P_2} - \vec {P_1}) \qquad (k,l\in \mathbb {R}) \\ &\leftrightarrow \begin{cases} x = x_1 + k \cdot (x_2- x_1) + l \cdot (x_3 - x_1)\\ y = y_1 + k \cdot (y_2-y_1) + l \cdot (y_3-y_1)\\ z = z_1 + k \cdot (z_2-z_1) + l \cdot (z_3-z_1)\end {cases} \qquad (k,l\in \mathbb {R}) \\ &\leftrightarrow \begin{pmatrix}x\\y\\z\end {pmatrix} = \begin{pmatrix}x_1\\y_1\\z_1\end {pmatrix} + k \cdot \begin{pmatrix}x_2- x_1\\y_2-y_1\\z_2-z_1\end {pmatrix} + l \cdot \begin{pmatrix}x_3-x_1\\y_3-y_1\\z_3-z_1\end {pmatrix} \qquad (k,l\in \mathbb {R}) \\ &\leftrightarrow \begin{vmatrix}x & y & z & 1 \\x_1 & y_1 & z_1 & 1 \\x_2 & y_2 & z_2 & 1 \\x_3 & y_3 & z_3 & 1\end {vmatrix}= 0 \end{align*}

Algemene vorm van een vlak

\[\text {vlak } \alpha \leftrightarrow ux + vy + wz + t = 0\]

  • • \(u\), \(v\), \(w\): richtingscoëfficiënten vlak

  • • \(\vec {n} = (u, v, w)\): normaalvector, \(\vec {n} \perp \alpha \)

  • • \(t\): constante term, possitie t.o.v. \(\vec {O}\)

  • • \(t = 0 \Leftrightarrow \vec {O} \in \alpha \Leftrightarrow \alpha = \alpha _O\)

Vlak op assegmenten
Vergelijkingen vlak

\[\dfrac {x}{a} + \dfrac {y}{b} + \dfrac {z}{c} = 1\]

  • • \(a\): lengte snijlijn \(x\)-as

  • • \(b\): lengte snijlijn \(y\)-as

  • • \(c\): lengte snijlijn \(z\)-as

  • • \(a\), \(b\) en \(c\): de assegmenten

Bijzondere vlakken
  • • \(xy\)-vlak: \(z=0\)

  • • \(xz\)-vlak: \(y=0\)

  • • \(yz\)-vlak: \(x=0\)

4.4.3 Onderlinge stand rechten

De rechten

\begin{align*} e &\leftrightarrow \vec {P_e} = \vec {P_{e_1}} + k \cdot \vec {R_e}\\ f &\leftrightarrow \vec {P_f} = \vec {P_{f_1}} + l \cdot \vec {R_f} \end{align*} met

\begin{align*} P_{e_1}(x_1,y_1,z_1), R_e(a_1,b_1,c_1)\\ P_{f_1}(x_2,y_2,z_2), R_f(a_2,b_2,c_2) \end{align*}

Evenwijdig
Onderlinge stand rechten

\begin{align*} e \parallel f &\Leftrightarrow \text {richtingsgetallen evenredig}\\ &\Leftrightarrow \exists k \in \mathbb {R} : (a_1,b_1,c_1) = k \cdot (a_2, b_2, c_2) \\ &\Leftrightarrow \dfrac {a_1}{a_2} = \dfrac {b_1}{b_2} = \dfrac {c_1}{c_2} \end{align*}

Snijdend
Onderlinge stand rechten

\begin{align*} e \text { snijdt } f &\Leftrightarrow \exists ! \text { oplossing }(k,l) : P_e = P_f\\ &\Leftrightarrow \begin{cases} (a_1,b_1,c_1) \not \sim (a_2,b_2,c_2) \\ \begin{vmatrix}a_1 & a_2 & x_2 - x_1\\b_1 & b_2 & y_2 - y_1\\c_1 & c_2 & z_2 - z_1\\\end {vmatrix} = 0 \end {cases} \end{align*}

Kruisend
Onderlinge stand rechten

\begin{align*} e \text { snijdt } f &\Leftrightarrow \nexists \text { oplossing }(k,l) : P_e = P_f\\ &\Leftrightarrow \begin{cases} (a_1,b_1,c_1) \not \sim (a_2,b_2,c_2) \\ \begin{vmatrix}a_1 & a_2 & x_2 - x_1\\b_1 & b_2 & y_2 - y_1\\c_1 & c_2 & z_2 - z_1\\\end {vmatrix} \neq 0 \end {cases} \end{align*}

4.4.4 Onderlinge ligging rechte en vlak

\begin{align*} \text {rechte } e &\leftrightarrow \begin{cases} x = x_1 + k \cdot a\\ y = y_1 + k \cdot b\\ z = z_1 + k \cdot c\end {cases} \qquad (k\in \mathbb {R})\\ \text {vlak } \alpha &\leftrightarrow ux + vy + wz + t = 0 \end{align*}

Snijdend

\[e \text { snijdt } \alpha \Leftrightarrow ua + vb + wc \neq 0\]

Evenwijdig

\[e \parallel \alpha \Leftrightarrow ua + vb + wc = 0\]

Rechte in het vlak

\[e \in \alpha \Leftrightarrow ua + vb + wc = 0 \wedge ux_1+vy_1+wz_1+t=0\]

4.4.5 Onderlinge ligging vlakken

\begin{align*} \text {vlak } \alpha &\leftrightarrow u_1x + v_1y + w_1z + t_1 = 0\\ \text {vlak } \beta &\leftrightarrow u_2x + v_2y + w_2z + t_2 = 0 \end{align*}

Snijdend
Onderlinge ligging vlakken

\[\alpha \text { snijdt } \beta \Leftrightarrow (u_1,v_1,w_1) \not \sim (u_2,v_2,w_2)\]

  • • snijlijn: \(s = \alpha \cap \beta \):

  • • richtingsgetallen snijlijn: \(R_s(a,b,c)\):

    \begin{align*} a &= \lambda \cdot \begin{vmatrix}v_1 & w_1\\v_2 & w_2\end {vmatrix}\\ b &= - \lambda \cdot \begin{vmatrix}u_1 & w_1\\u_2 & w_2\end {vmatrix}\qquad \lambda \text { willekeurig }\in \mathbb {R}_0\\ c &= \lambda \cdot \begin{vmatrix}u_1 & v_1\\u_2 & v_2\end {vmatrix} \end{align*}

Evenwijdig

\[\alpha \parallel \beta \Leftrightarrow (u_1,v_1,w_1) \sim (u_2,v_2,w_2)\]

Samenvallend

\[\alpha = \beta \Leftrightarrow (u_1,v_1,w_1,t_1) \sim (u_2,v_2,w_2,t_2)\]

4.5 Ruimtefiguren

4.5.1 Begrippen

Volume: hoeveelheid ruimte die de figuur inneemt.

Oppervlakte: som van de oppervlakken van alle zijvlakken.

Net: 2D-weergave door zijvlakken uit te vouwen en in een vlak te leggen.

4.5.2 Figuren

Polyeder

3D-figuur met veelhoekige oppervlakken

Prisma
Figuren
  • • Polyeder met evenwijdige, congruente bases verbonden door rechthoekige zijvlakken.

  • • \(B\) = basisoppervlakte

  • • \(h\) = hoogte

  • • \(P\) = omtrek basis

  • • Volume:

    \[V = B \cdot h\]

  • • Oppervlakte:

    \[A = 2B + P \cdot h\]

Piramide
Figuren
  • • Polyeder met veelhoekige basis en driehoekige zijvlakken die samenkomen in een top.

  • • \(B\) = basisoppervlakte

  • • \(h\) = hoogte

  • • Volume:

    \[V = \frac {1}{3} B \cdot h\]

Kubus
Figuren
  • • Prisma met zes vierkante zijvlakken, gelijke zijden en \(\adeg {90}\) hoeken.

  • • \(z\) = zijde

  • • Volume:

    \[V = z^3\]

  • • Oppervlakte:

    \[A = 6z^2\]

Balk
Figuren
  • • Prisma met zes rechthoekige zijvlakken.

  • • \(l\) = lengte

  • • \(b\) = breedte

  • • \(h\) = hoogte

  • • Volume:

    \[V = l \cdot b \cdot h\]

  • • Oppervlakte:

    \[A = 2lb + 2lh + 2bh\]

Cilinder
Figuren
  • • 3D-figuur met congruente cirkelvormige bases verbonden door een gekromd oppervlak.

  • • \(r\) = straal

  • • \(h\) = hoogte

  • • Volume:

    \[V = \pi r^2 h\]

  • • Oppervlakte:

    \[A = 2\pi r(r + h)\]

Kegel
Figuren
  • • 3D-figuur met cirkelvormige basis en gekromd oppervlak dat naar één top loopt.

  • • \(r\) = straal

  • • \(h\) = hoogte

  • • \(l\) = schuine hoogte

  • • Volume:

    \[V = \frac {1}{3} \pi r^2 h\]

  • • Oppervlakte:

    \[A = \pi r(r + l)\]

Bol
Figuren
  • • 3D-figuur met punten op gelijke afstand van het middelpunt.

  • • \(r\) = straal

  • • Volume:

    \[V = \frac {4}{3} \pi r^3\]

  • • Oppervlakte:

    \[A = 4\pi r^2\]

4.6 Vectoren

4.6.1 Definities van vectoren

gebonden vector \(\vec {v}=\vec {AB}\) een lijnstuk met

  • • een beginpunt \(A\)

  • • een eindpunt \(B\)

  • • een lengte \(|AB|\)

  • • een richting, rechte \(AB\)

  • • een zin, \(A \to B\)

vrije vector een verzameling lijnstukken met

  • • zelfde lengte

  • • zelfde richting

  • • zelfde zin

representant één willekeurig lijnstuk uit de vrije vector

plaatsvector \(\vec {A} = \vec {OA}\) met \(O\) de oorsprong

nulvector \(\vec {o}\) : lengte \(0\)

Notatie: \(\vec {u}, \vec {v}, ...\)

Verzameling: \(\mathcal {V}\)

coördinaat \(co(\vec {A}) = co(A) = (x,y,z)\)

norm van \(\vec {v} = \vec {AB}\) is afstand tussen \(A\) en \(B\)

\[\| \vec {v} \| = |AB|\]

4.6.2 Optellen van vectoren

Formule van Chasles-Möbius

\[\vec {AB} + \vec {BC} = \vec {AC}\]

Met coördinaten

\(\left .\begin {aligned}co(\vec {u}) &= (x_1, y_1, z_1)\\ co(\vec {v}) &= (x_2, y_2, z_2)\end {aligned}\right \rbrace \Rightarrow \)

\[co(\vec {u} + \vec {v}) = (x_1+x_2, y_1+y_2,z_1+z_2)\]

Eigenschappen
  • • I: \(\forall \vec {u}, \vec {v} \in \mathcal {V} : \vec {u} + \vec {v} \in \mathcal {V}\)

  • • A: \(\forall \vec {u}, \vec {v}, \vec {w} \in \mathcal {V} : (\vec {u} + \vec {v}) + \vec {w} = \vec {u} + (\vec {v} + \vec {w})\)

  • • N: \(\exists \vec {o} \in \mathcal {V}, \forall \vec {u} \in \mathcal {V} : \vec {u} + \vec {o} = \vec {u} = \vec {o} + \vec {u}\)

  • • S: \(\forall \vec {u} \in \mathcal {V}, \exists ! \vec {-u} \in \mathcal {V} : \vec {u} + (\vec {-u}) = \vec {o} = (\vec {-u}) + \vec {u}\)

  • • C: \(\forall \vec {u}, \vec {v} \in \mathcal {V} : \vec {u} + \vec {v} = \vec {v} + \vec {u}\)

\[\Rightarrow \mathcal {V}, + \text { is een commutatieve groep}\]

4.6.3 Scalaire vermenigvuldiging van vectoren

Definitie

\[r \cdot \vec {v} (r\in \mathbb {R}_0, \vec {v} \in \mathcal {V}_o)\]

is een vector met

  • • lengte gelijk aan \(|r| \cdot \| \vec {v} \|\)

  • • richting zoals \(\vec {v}\)

  • • zin \(\begin {cases} \text {zoals } \vec {v} &(r>0)\\ \text {tegengesteld } \vec {v} &(r<0)\end {cases}\)

\[0 \cdot \vec {v} = \vec {o}\]

\[r \cdot \vec {o} = \vec {o}\]

Met coördinaten

\(co(\vec {v}) = (x,y,z) \Rightarrow \)

\[co(r\vec {v}) = (rx,ry,rz)\]

Eigenschappen
  • • \(\forall r \in \mathbb {R}, \forall \vec {v} \in \mathcal {V} : r \cdot \vec {v} \in \mathcal {V}\)

  • • \(\forall r,s \in \mathbb {R}, \forall \vec {v} \in \mathcal {V} : r \cdot (s \cdot \vec {v}) = (r \cdot s) \cdot \vec {v}\)

  • • \(\forall r \in \mathbb {R}, \forall \vec {u}, \vec {v} \in \mathcal {V} : r \cdot (\vec {u} + \vec {v}) = r \cdot \vec {u} + r \cdot \vec {v}\)

  • • \(\forall r,s \in \mathbb {R}, \forall \vec {v} \in \mathcal {V} : (r + s) \cdot \vec {v} = r \cdot \vec {v} + s \cdot \vec {v}\)

  • • \(\exists 1 \in \mathbb {R}, \forall \vec {v} \in \mathcal {V} : 1 \cdot \vec {v} = \vec {v}\)

4.6.4 Norm van een vector

Definitie

norm van \(\vec {v} = \vec {AB}\) is afstand tussen \(A\) en \(B\)

\[\| \vec {v} \| = d(A,B) = |AB|\]

Met coördinaten

\(co(\vec {v}) = (x,y,z) \Rightarrow \)

\[\| \vec {v} \| = \sqrt {x^2 + y^2 + z^2}\]

Ongelijkheid van Minkowski

\[\|\vec {u} + \vec {v}\| \leq \|\vec {u}\| + \|\vec {v}\|\]

4.6.5 Inproduct van twee vectoren

Definitie

\(\vec {u}, \vec {v} \in \mathcal {V}_0\) en \(\phi \) hoek tussen \(\vec {u}\) en \(\vec {v}\) \(\Rightarrow \)

\[\vec {u} \cdot \vec {v} = \|\vec {u}\| \cdot \|\vec {v}\| \cdot \cos {\phi }\]

Met coördinaten

\(\left .\begin {aligned}co(\vec {u}) &= (x_1, y_1, z_1)\\ co(\vec {v}) &= (x_2, y_2, z_2)\end {aligned}\right \rbrace \Rightarrow \)

\[\vec {u} \cdot \vec {v} = x_1 \cdot x_2 + y_1 \cdot y_2 + z_1 \cdot z_2\]